-
Leia por capítulosComentário sobre a Leitura Bíblica de Hoje
-
Dutch Staten Vertaling -
-
21
|Jeremias 44:21|
Het roken, dat gijlieden in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem gerookt hebt, gij en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en het volk des lands, heeft de HEERE daaraan niet gedacht, en is het niet in Zijn hart opgekomen?
-
22
|Jeremias 44:22|
Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen, vanwege de boosheid uwer handelingen, vanwege de gruwelen, die gij deedt; daarom is uw land geworden tot een woestheid, en tot ontzetting, en tot een vloek, dat er niemand in woont, gelijk het is te dezen dage;
-
23
|Jeremias 44:23|
Vanwege dat gij gerookt hebt, en dat gij tegen den HEERE gezondigd hebt, en des HEEREN stem niet gehoorzaam zijt geweest, en in Zijn wet en in Zijn inzettingen, en in Zijn getuigenissen niet hebt gewandeld; daarom is u dit kwaad wedervaren, gelijk het is te dezen dage.
-
24
|Jeremias 44:24|
Voorts zeide Jeremia tot al het volk, en tot al de vrouwen: Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!
-
25
|Jeremias 44:25|
Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.
-
26
|Jeremias 44:26|
Daarom hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland woont! Ziet, Ik zweer bij Mijn groten Naam, zegt de HEERE, zo Mijn Naam met den mond van enig man van Juda in gans Egypteland meer zal genoemd worden, die zegge: Zo waarachtig als de Heere HEERE leeft!
-
27
|Jeremias 44:27|
Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.
-
28
|Jeremias 44:28|
Maar die van het zwaard ontkomen, zullen uit Egypteland wederkeren in het land van Juda, weinig in getal; en het ganse overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, zullen weten, wiens woord bestaan zal, het Mijn of het hunne.
-
29
|Jeremias 44:29|
En dit zal ulieden het teken zijn, spreekt de HEERE, dat Ik in deze plaats over u bezoeking zal doen; opdat gij weet, dat Mijn woorden zekerlijk over u bestaan zullen ten kwade;
-
30
|Jeremias 44:30|
Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht.
-
-
Sugestões

Clique para ler João 7-8
30 de outubro LAB 669
QUERO INCENTIVAR-LHE A COMER CARNE
João 04-06
Quero convidar-lhe a comer carne. Talvez você possa estar pensando: “mas o pastor deveria estar convidando-me a ser vegetariano...”. Mas já lhe adianto: “não se preocupe com os animaizinhos”. O meu convite não é para comer carne de boi, nem de galinha, nem de peixe. Imagino que agora você esteja fazendo careta: “carne de soja? pvt? salsicha vegetal? não dá para encarar”. Fique tranqüilo, pois também não estou falando de vegetarianismo. O meu convite a você e para comer a Carne de Cristo.
Isto mesmo! Não estou de brincadeira, não, meu amigo! É sério!
Continuando a imaginar o que você esteja pensando, creio que, em sua mente, agora, haja algo relacionado com 1Coríntios 10:16:
“Por isso, meus amados irmãos, fujam da idolatria. Estou falando a pessoas sensatas; julguem vocês mesmos o que estou dizendo. Não é verdade que o cálice da bênção que abençoamos é uma participação no sangue de Cristo, e que o pão que partimos é uma participação no corpo de Cristo? Como há somente um pão, nós, que somos muitos, somos um só corpo, pois todos participamos de um único pão”.
“É isso! A Santa Ceia. Não é mesmo, pastor Valdeci?”.
Acho que não é bem isso. Eu também não estou referindo-me ao pedacinho de pão asmo e ao pequeno cálice de suco de uva que pode tomar numa ordenança eclesiástica, nem à hóstia que alguém pode tomar num sacramento. Não necessariamente. Volto a enfatizar que quero convidar-lhe a comer a carne de Jesus.
Como assim?
A mesa da refeição está na leitura de hoje. Sente-se. Leia João 6:53-56:
“Jesus lhes disse: “Eu lhes digo a verdade: Se vocês não comerem a carne do Filho do homem e não beberem o seu sangue, não terão vida em si mesmos... Pois a minha carne é verdadeira comida e o meu sangue é verdadeira bebida. Todo aquele que come a minha carne e bebe o meu sangue permanece em mim e eu nele”.
Você achou esquisito? Normal. Leia os versos 60-68. Quem ouviu Jesus dizendo isso, realmente, de cara feia, saiu torcendo o nariz. Mas por favor, não deixe esta nostalgia lhe contagiar. Além da Santa Ceia, o significado deste “comer a carne” pode ser explicado em Mateus 4:4:
“Jesus respondeu: “Está escrito: ‘Nem só de pão viverá o homem, mas de toda palavra que procede da boca de Deus”.
A palavra de Deus não causa náuseas, mas sim, nutre as veias da alma, com o próprio sangue de Cristo. Se você ler hoje João 04-06, estará participando de tão íntima comunhão com Ele. Você aceita o convite? Então, continue sentado aí, alimentando-se.
Valdeci Júnior
Fátima Silva