-
-
Dutch Staten Vertaling -
-
5
|Daniel 7:5|
Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.
-
6
|Daniel 7:6|
Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.
-
7
|Daniel 7:7|
Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen.
-
8
|Daniel 7:8|
Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende.
-
9
|Daniel 7:9|
Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden, en de Oude van dagen Zich zette, Wiens kleed wit was als de sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur.
-
10
|Daniel 7:10|
Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend.
-
11
|Daniel 7:11|
Toen zag ik toe vanwege de stem der grote woorden, welke die hoorn sprak; ik zag toe, totdat het dier gedood, en zijn lichaam verdaan werd, en overgegeven om van het vuur verbrand te worden.
-
12
|Daniel 7:12|
Aangaande ook de overige dieren, men nam hun heerschappij weg, want verlenging van het leven was hun gegeven tot tijd en stonde toe.
-
13
|Daniel 7:13|
Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.
-
14
|Daniel 7:14|
En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natien en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.
-
-
Sugestões

Clique para ler 2 Crônicas 21-23
16 de maio LAB 502
BONS PROFETAS
2Crônicas 21-23
Hoje, quero comentar um pouco mais sobre Josafá. Destaco o comentário do livro Nisto Cremos, págs. 291-307:
Josafá, o brei de Judá, achava-se em aflição. Tropas inimigas aproximavam-se, e o panorama parecia não oferecer esperança. O rei “se pôs a buscar ao Senhor, e apregoou jejum em todo o Judá” (2Crônicas 20:3). As pessoas afluíam ao templo em grande número a fim de suplicar a Deus misericórdia e livramento. Enquanto Josafá dirigia os serviços de oração, suplicou a Deus que modificasse as circunstâncias. Ele orou: “Porventura, não és Tu Deus nos Céus? Não és Tu que dominas sobre todos os reinos dos povos? Na Tua mão, está a força e o poder, e não há quem Te possa resistir” (verso 6). Deus não protegeu de modo especial o Seu povo no passado? Não havia Ele concedido o território a Seu povo escolhido? Portanto, Josafá implorou: “Ah! Nosso Deus, acaso não executarás Tu o Teu julgamento contra eles? Porque em nós não há força ... não sabemos o que fazer; porém os nossos olhos estão postos em Ti” (verso 12).
Enquanto todo o Judá se encontrava em pé diante do Senhor, ergueu-se Jaaziel. Sua mensagem trouxe encorajamento e orientação para o povo amedrontado. Ele disse: “Não temais, nem vos assusteis... pois a peleja não é vossa, mas de Deus. ... Neste encontro não tereis de pelejar; tomai posição, ficai parados e vede o salvamento que o Senhor vos dará, ... porque o Senhor é convosco” (versos 15-17). Pela manhã, o rei insistiu diante de suas tropas: “Crede no Senhor, vosso Deus, e estareis seguros; crede nos Seus profetas e prosperareis” (verso 20).
O rei creu tão plenamente naquele profeta praticamente desconhecido – Jaaziel – que substituiu a sua linha de frente, colocando em seu lugar um coral que deveria louvar o Senhor e a beleza de Sua santidade! Enquanto as antífonas de fé enchiam os ares, o Senhor achava-Se em operação, trazendo a confusão entre os inimigos que se haviam aliado contra Josafá. O morticínio foi tão grande que não restou “nenhum sobrevivente” (verso 24).
Jaaziel foi o porta-voz de Deus para aquele momento especial. Os profetas desempenharam papel vital, tanto nos tempos do Antigo quanto do Novo Testamentos. Contudo, teria a profecia cessado com o encerramento do cânon bíblico?
O livro de Apocalipse profetiza que o “testemunho de Jesus” haveria de manifestar-se através do “espírito de profecia” nos últimos dias da história terrestre. Isso representa um desafio a todos, no sentido de não assumir uma atitude de indiferença ou descrença, mas “provar todas as coisas” e “reter o que é bom”. Comece a fazer isso na leitura de hoje.
Valdeci Júnior
Fátima Silva